16 december 2007

Met dank aan K.

En als de kerstboom de kamer van een lichte gloed voorziet, de CV langzaam de kou van de nacht verdrijft en de geur van verse koffie mijn neus bereikt, dan ben ik zeer tevreden en kan mijn dag beginnen. Goedemorgen, Nederland. Ik ben klaar voor een lome zondag.

Karin zette mijn lekker lui langzaam loom wakker worden in de 17e versnelling door onderstaand filmpje. Mijn zojuist nog in slaapstand verkerende spieren spannen zich onwillekeurig aan, mijn hartslag versnelt en mijn huid vormt zich tot een kek kippevelletje. Ik krijg het er warm van, ik krijg er energie van... alsof er voor vandaag en morgen en voor de rest van mijn leven niet slechts één, maar wel tien paden te bewandelen zijn en ik mag kiezen. De tijd van slikken en buigen en doen wat de ander verlangt, is voorgoed voorbij.

It's my life, en ik ben de regisseuse.
Take it or leave it me.

15 december 2007

Feestje!

Met mijn ziel onder mijn arm beklim ik de 4 trappen naar F.'s huisje. De gang oplopend zie ik haar blonde haren al van verre. Gut... ze staat me op te wachten. Ik zeg niets, zij zegt niets. Ik kijk alleen, sta als een zombie op haar deurmat en lijk in niets meer op het Duracellkonijntje wat ik afgelopen weken was.

Ze trekt mijn jas uit, wikkelt mijn sjaal af en brengt me naar de warme woonkamer. Als de deur opengaat zie ik twee lekkere stoelen gericht naar de kachel en twee dampende koppen thee. Ze duwt me naar één van de stoelen, begint met het inschenken van thee en nog voordat mijn billen in de stoel landen, rolt de eerste traan naar beneden.

Nog steeds is er niets gezegd... Pas na een kwartier huilen in haar schoot richt ik me op, kijk haar aan en zeg quasi-optimistisch 'hoi', om vervolgens mijn hoofd weer neer te leggen en weer een uurtje verder te gaan met waar ik zo druk mee bezig was - huilen.


Afgelopen periode was iets veel te druk voor iemand die dat niet meer zo gewend was. Maar ik heb potjandoosie niet voor niets behoorlijk geïnvesteerd in het leren trots zijn op mezelf, dus bij deze: I made it! Zowel stage- als schoolzaken zijn goed afgerond en ik heb vakantie. Dat gaan we vieren.

11 december 2007

Stralend wit!

Tandenpoetsen kent wat mij betreft hetzelfde principe als stofzuigen. Als je overal even bent geweest, is het goed. Mijn mond kent geen heel groot oppervlak en dus red ik het met gemak om binnen 15 seconden overal eventjes te zijn geweest. Net als met stofzuigen doe ik daar niet zo moeilijk over. Kom op zeg, er zijn belangrijkere dingen in de mijn wereld om me druk over te maken.

Afgelopen weekend speelde ik met de meiden het Grote Sinterkerstspel en al snel had ik mijn zinnen gezet op de knipperlichttandenborstel. Iris ging voor het satijnen slaapjurkje (of hoe noem je zoiets) en dus werkten we succesvol samen.

Sinds vrijdag poets ik namelijk twee keer per dag één hele minuut mijn tanden. Een applaus is op zijn mijn plaats.
Ik wil nooit meer anders!
En mijn tandarts waarschijnlijk ook niet.

Dreigbrief #2

Goed nieuws voor degenen die zich echt zorgen begonnen te maken: Soap 'Clup de Zwarte Hand' is alweer ten einde. Ik vermoed dat buurman en buurvrouw met behulp van een flink pak slaag fikse huisarrest aan hun poezelige zoontjes hebben duidelijk gemaakt dat dit soort dingen niet zo handig zijn.

De dag na de dreigbrief ontvingen we een zelfgemaakte kerstkaart namens de Smile Clup én een getypt briefje met de tekst 'Sorry dat ik bij u een briefje in de brievenbus heb gedaan met een lelijke tekst. De buurjongens.'

Het leukste van alles vind ik dat onze buurjongetjes eigenlijk modelzoontjes horen te zijn. Een lief christelijk gezinnetje, 3 blonde jongetjes, een mama met een hooggeplaatste baan bij de overheid, een huispapa... Kortom; prototype perfect gezin met voorbeeldfunctie voor de ganse buurt.

En dat juist dié braaf ogende jongetjes, omringd door Holtenbronxschorem -of juist daardóór, hmm..- zulk kattekwaad uithalen...

Eigenlijk kan ik daar alleen maar van genieten.

10 december 2007

Au

Ik heb een au en
die au is een klier en
die klier loopt me echt
enorm te klieren.

8 december 2007

Dreigbrief

Wij wonen niet in de meest rijke buurt van Zwolle. Sterker nog, we wonen in de flattenwijk waar het gros van de bevolking of student is of Nederlands niet als moedertaal heeft. Of beiden. Geeft niets natuurlijk, want ons huisje staat iéts daarnaast in een leuk rijtje andere eensgezinshuisjes omgeven door Nederlandse gezinnetjes die jaarlijks een buurtbarbeque organiseren. Wij hebben geen last van de doorgaans rustige flatbewoners en wanen ons veilig. We zeggen goedemorgen en goedemiddag tegen de buren en happen een saté'tje mee op de buurtbarbeque.

Zojuist ontdekte ik de post en bij het zien van een dubbelgevouwen A4-tje met grote blauwe stiftletters dacht ik 'ach gut, de buurmeisjes hebben Sint uitgezwaaid en lopen nu hun zelfgemaakte kerstkaarten door de buurt te verspreiden, watschattig'. Al mijmerend over dat ik ook maar eens moet gaan nadenken over mijn kerstkaarten vouwde ik het tot primitieve kerstkaart gebombardeerde A4-tje en deed heel erg mijn best om de vrolijke kerstboodschap te ontcijferen.

Maar, nee hoor. Niks vrolijk Kerstfeest, niks geen gelukkig nieuwjaar en de beste wensen enzo. De schrijvers van dit kaartje wensen ons iets totaal anders toe.
Dood uw kinderen. Dát is de boodschap. Duidelijke taal.
Met de groeten van Clup Zwarte Hand.

7 december 2007

Druk

Stage afronden met een eindverslag van 30 pagina's, schoolvakken afronden met talloze evaluaties en reflectieverslagen, kerstpresentatie voor musical oefenen oefenen oefenen, nog even naar de kapper, rijlesje tussendoor, Zusje aan de andere kant van Nederland bezoeken, sinterkerst vieren met de meiden, een ananas in stukjes snijden, mijn telefoonabonnement opzeggen en een nieuwe afsluiten...

Wat ben ik blij als het 23 december is en ik even
he-le-maal niets meer hoef.

6 december 2007

Toevallig?

Ik kan me goed voorstellen dat je compleet
stil valt als je samen ergens heen fietst en de
ander dan ineens zegt: "Hé, wat lekker,
ik heb windje mee. Jij ook?"

2 december 2007

Afgestompt

Het was 22.00 uur, ik stond in mijn upsie op een klein stationnetje en las een boek. Hij, een slecht Nederlandse sprekende Turkse man met aktetas, kwam op me af. Ik waande me redelijk veilig op het stationnetje en besloot dat ik niet ging stressen. Hij vroeg netjes of ik wist hoe laat de trein kwam en dat wist ik. Hij blij, hij weer weg, ik blij. Snel mijn boek weer in.

3 minuten later kwam hij weer in beweging en dit keer kon ik mijn stress niet meer wegrelativeren. Hij begon met: "Iek ben zo nieuwsgierig hoe titel is van jouw boek." Flikker op man, daar ben je helemaal niet nieuwsgierig naar, jij hebt gewoon een steigerend libido in je broek... rot op rot op rot op. Ik hield mijn boek omhoog, zodat hij de titel kon lezen en naar aanleiding van de imponerende titel misschien begreep dat ik geen makkelijk te verleiden dom blondje zou zijn en niet zoveel zin had om een gezellige conversatie met hem aan te gaan.

Helaas.
"Oh you bent pyscholog?" Nee, dat ben ik niet, maar ik ga jou echt niet uitgebreid vertellen wie of wat ik wél ben, dus. Ja, dat klopt. "Oh, aaj em a dokter. En jaaj moet ook to Zwolle, dat is toevallig!" Goh. Nice. Dus? Wat nu? Moet ik geïnteresseerd doen? Man, ik moet leren, ik moet morgen een presentatie houden over dat boek, laat me met rust.

Dat deed 'ie uiteraard niet. De trein kwam eraan en ik bewoog me richting deur met in mijn kielzog die enge vieze kerel die hoogstwaarschijnlijk allerlei vieze plannetjes had. Ik zocht in de trein naar medereizigers, maar uiteraard was ik totally lonely. Fijn. Heel fijn. En nu?

Ik moest denken aan het verhaal van N., die laatst ook in de trein zat met een kerel met gore bedoelingen. Hoe ze bleef zitten en hij haar wel even aanraakte. En toch he... en toch ga ik daar tegenover hem zitten in een verder lege coupé. Me bewust van gevaar, alle vezeltjes in mijn lijf stonden op spanning. En toch... toch wil je dan pleasen... vriendelijk zijn, aardig zijn.. niet afstoten, want dan geef je aanleiding. Gewoon neutraal aanwezig zijn, dan gebeurt er niets. Het bizarre brein.

Ik deed verwoede pogingen om heel demonstratief in mijn boek te lezen. Hij stond niet echt open voor hints. Grom. Hij bleef praten, vragen stellen, contact maken. Ik bleef gereserveerd, antwoordde kort en hoopte de machinist wat haast zou maken. Eenmaal in Zwolle leek het er heel even op dat hij ook nog bij mij in de bus terecht zou komen, maar dat bleek een communicatiefoutje. Gelukkig maar.

Eenmaal in de bus overdacht ik de situatie. Ook herinnerde ik me mijn reactie op N.'s verhaal; hoe boos ik was dat wij vrouwen ons tegenwoordig nergens meer helemaal veilig kunnen voelen 's avonds laat. Natuurlijk zouden we gewoon in ons blote kont over straat moeten kunnen huppelen, maar de maatschappij leert dat dat niet handig is. Opletten moeten we. En hoe!


Maar toch... terugkijkend op de situatie was dit gewoon een kerel die een praatje wilde maken. En hoe graag ik ook zou willen beweren dat 'ie vast slechte bedoelingen had en uit was op veel meer, het was en is niet zo. Ik ben afgestompt. Feit is dat als ik geen negatieve verwachtingen van hem had gehad, dat we wellicht best een leuk gesprek hadden kunnen hebben. Maar nee, ik kon alleen maar denken aan mijn eigen ervaringen en aan de nare verhalen die de laatste tijd steeds vaker de ronde gaan...

Dat raakte me. Het deed me met een schuin oog kijken naar hoe individualistisch en egocentrisch onze maatschappij is... Het zou toch mooi zijn als het normaal zou zijn dat je tijdens het reizen met Jan en Alleman lekker aan de klets gaat? Dat je als vrouw gewoon om 23.00 over straat kunt zonder rekening te houden met gevaarlijke straatjes of te korte rokjes? En dat je als vrouw niet direct alert hoeft te zijn als een man gewoon een praatje met je aanknoopt?

Toekomstmuziek

Gisteren kocht ik een zooi stenen en één daarvan staat garant voor het verdrijven van nachtmerries en het hebben van fijne dromen. Altijd handig, dacht ik zo.

Ik ben vannacht getrouwd. En hoewel ik er een uur van tevoren achter kwam dat ik wel een prachtige jurk had maar geen schoenen, bracht dat geen stress. Ik had immers mijn zwarte nikes. Ook twijfelde ik of vriendinnetje F. haar sluier wel mee zou nemen, zodat ook ik die kon dragen. Daarnaast was er nog het grote probleem dat er nog maar één broodje over was bij het lunchbuffet, terwijl ik er toch echt twee nodig had om de dag door te komen. Ook vroeg ik me ernstig af of er iemand aan zou hebben gedacht om ringen te kopen. Eigenlijk leek er, behalve een datum en een plaats, gewoon niets geregeld en toch was ik de relaxedheid zelve. Ik vertrouwde volledig op de ceremoniemeester, al had ik geen idee wie dat was.

Het kon me ook eigenlijk allemaal niet schelen. Ik kon alleen maar denken aan het moment dat ik Hem zou zien en me tegen hem aan zou kunnen vleien. Gewoon mijn hoofd tegen zijn schouder. Dan zou alles goed komen.


Hoewel ik de laatste tijd regelmatig heel intens kan wanhopen over de toekomst, begint het nu wel langzaam te dagen dat het inderdaad allemaal goed gaat komen.

Ik en mijn stenen.
Wij komen er wel.