"Ja, maar, dat zou ik ook nooit doen als ik met jou was hoor, dat komt ook gewoon door de sfeer met de andere meiden, dan ga je mee."
Met glunderende ogen vertelt Zusje me hoe ze heel sexy z'n vreemde(!) lichaam met zonnebloemolie insmeerde, in de hoop samen met haar vriendinnetje een gratis cocktail te verdienen daar in het Turkse land. Ze heeft het hele jaar hard gewerkt en gaat op zo'n vakantie in Turkije even helemaal los. Heerlijk om te voelen hoe goed het haar doet.
Loslaten.
Mijn vriendinnetje poept er vannacht of morgen of misschien wel volgende week een kind uit. Ze wordt met de dag burgerlijker en houdt samen met haar man een betoog naar haar schoonouders over het nut van een goede, degelijke kinderwagen. Heerlijk om te voelen hoe goed het haar doet.
Verbinden.
Meer dan ooit zoek ik mijzelf. Zoek ik naar wie ik ben en waar ik hoor. Hoe ik hoor. Te zijn. Spiegelen aan leeftijdsgenoten is niet langer eenduidig. Verlangens naar burgerlijkheid gieren door m'n lijf, maar de puberale fase van vriendjes en aanklooien zou zich eerst toch nog eens moeten aandienen.
Zusje's verhalen brengen me de neiging om per direct met haar op het vliegtuig te stappen naar Turkije en me mee te laten slepen in het hormonale geweld. Om
los te laten. Tegelijkertijd heb ik zin om op straat een kerel ten huwelijk te vragen, drie kinderen te baren en te gaan discussiëren over het wel en wee van een degelijke kinderwagen. Om
te verbinden.
Illusies, allemaal illusies. Ik smeer geen vreemde lijven in, kom er niet eens bij de buurt. En ik ben nog lang niet getrouwd, ook daarbij kom ik niet eens in de buurt. Ik laat te weinig los om te kunnen verbinden, en ben aan bepaalde dingen te zeer gebonden om los te laten. Een cirkel. Vies-iejeus.
Op de momenten dat ik het zat ben,
wanhoop droom ik. Dagdroom ik. Over straks. Over hoe het zal zijn. Als ik beurtelings heb losgelaten en verbonden. Als loslaten van angst en drempelvrees een feit is, en als daardoor de oh zo felbegeerde verbinding is ontstaan. Het is eerst het één, dan het ander - en toch ook weer niet. Want door de veiligheid van een aantal verbindingen durf ik los te laten. Stapje voor stapje. Soms. En soms ook niet.
En zo hobbel ik door.
Ik sta erbij, en kijk ernaar.
Vraag me af wat het beste is.
Loslaten, of verbinden.
Maar.
Er is geen beste.
Er is alleen maar ik.
Ik en hier en nu.
En daar moet ik het mee doen.
Daarmee moet ik dealen.