9 september 2007

Zondagskennis

Ik dacht biezonder en schreef bijzonder. Vervolgens vroeg ik me af waarom die ie als een ij wordt uitgesproken, besloot dat ik het onzin vond en had al bijna de pen ter hand genomen een Wordsdocumentje geopend om meneer Van Dale eens een leuk voorstel te doen.

Nu weet ik hoe het werkt met dit soort dingen als je die op andermans log leest. Dan ga je googelen ten einde de schrijver/schrijfster een hak te zetten of te overtreffen met rasechte google-kennis.

Helaas.
Ik was U voor:

Historisch gezien is de ij ontstaan uit de 2 letters ii. Met deze dubbele ii wilde men een lange i aangeven. Vroeger bestond de gewoonte om een puntje op de i te zetten niet en kon een dubbele ii zonder puntjes gemakkelijk verward worden met de letter u (vooral in teksten geschreven met de hand). Om deze verwarring te voorkomen werd aan de 2e i onderaan een haakje gezet. In de loop van de geschiedenis is men deze deze ij niet mee gaan uitspreken als ie maar als ei. Bij sommige woorden is de uitspraak ie echter gebleven zoals bij het woord bij(ie)zonder.
(bron: KLIK!! )



8 september 2007

"Leuke sokken, juf!"

Ik ben een beetje heel erg doorgeslagen goed op het gebied van kledingcombi’s. Heb ik een groen shirtje aan, dan kun je er donder op zeggen dat ik ook een groene bh aan heb of groene sokken en in de meeste gevallen beiden. (En zomers vaak ook een groen hoofddoekje en groene flipflops.) Mensen verbazen zich erom of verzuchten dat ze écht geen zin hebben om daar op te letten. Het leuke is dat het me niks kost, het gaat vanzelf en levert regelmatig leuke reacties op. Best fijn, leuk gevonden worden zonder er enige moeite voor te hoeven doen.

Vanmorgen maakte ik een uitzondering. Spijkerrokje, zwarte legging, blote voeten. Iets te koud voor deze zomer dit seizoen. (Het woord ‘zomer’ ga ik deleten uit mijn woordenboek, dat begrijpt U.)
Ik greep in het zwartesokkenvakje – want ja, ik heb natuurlijk voor elke kleur sokken een ander vakje -, maar greep in het niets. Oei. Bruin dan? Nee. Bruin en zwart kan écht niet. Toen bedacht ik me dat ik de hele dag mijn laarzen aan zou hebben en dat toch niemand de kans kreeg een blik om een blik te werpen op mijn poezelige voetjes. Ik keek in het overigesokkenvakje en greep mijn lichtblauwe nijntjesokken. Stukje jeugdsentiment. Daarbij kleurden ze dan tenminste nog wel bij mijn blauwe laarzen. Niet dat iemand die combi te zien zou krijgen, maar toch maakte het iets goed van mijn mismatch.

Vol goede moed stapte ik op de fiets en vervolgens in de trein om daarna nog 20 minuten te marcheren naar de repetitieruimte. Investeren in je carrière noemen ze dat. Ik noem het vooral vermoeiend. Komende twee weken ga ik die reis namelijk minstens tien keer maken om samen met 50 anderen een spetterende jeugdmusical te presenteren aan al die mafkezen die een kaartje hebben gekocht om ons te zien.

Sana op de planken. Ik heb er zin in, ik hou van het podium, maar ik moet toegeven dat elke avond 5 uur in het theater zijn best veel van me vraagt naast school en stage.



Hm. Ik dwaal af. Terug naar dat wat ik zo nodig kwijt wilde:
Onze repetitieruimte bevindt zich in zo’n klassiek oud schoolgebouw met hoge ramen en duistere gangen. Normaliter repeteren wij in de danszaal met veel licht en spiegels, maar vandaag repeteerden we bij uitzondering in de gymzaal. En wat is ten strengste verboden in een gymzaal? Juist ja. Buitenschoenen.

Drie keer raden hoe ik vandaag van 9.00 tot 15.00 uur probeerde gezag en status uit te stralen als Juffrouw Schonewille naar 40 brave maar o zo luidruchtige kindertjes?

Zo rood als een tomaatje

Weet U nog? Ik schreef over die tomaat die ik in de tuin had gemikt en over hoe mijn huisgenootje vreugdevol reageerde op deze reuze-cherrytomaat?

Nou, die tomaat heeft zijn beste tijd gehad.

Ik vrees dat deze slak niet heeft geluisterd naar zijn verzadigingsgevoel en zijn buikje véél te vol heeft gegeten.
Ik ben benieuwd hoe hij er morgen bij ligt...

7 september 2007

Ik vond het wél grappig


Leg tussen de honderd nu nog groene cherrytomaatjes in de tuin–waarvan je al niet de verwachting hebt dat ze ooit het rode stadium zullen bereiken, iets wat meer zegt over onze groene vingers dan over de tomaatjes, maar dat terzijde- eens een mooie rode tomaat uit de supermarkt. Wedden dat je huisgenootje ineens zeer vreugdevol iets roept in de trant van ‘Jeumig, kijk nou, wat een gróóóte!’?


(En wedden dat ze je daarna heel plechtig en dreigend belooft dat ze je één dezer dagen een poets zal bakken van gelijke aard? En dat ze je daarna ineens veel vaker uitscheld voor 'snol'?)

6 september 2007

Geluk bij een ongeluk


Hoewel ik over het algemeen niet van puisten houd, vind ik het ergens wel zeer loyaal van mijn maandelijkse puist dat hij zich dit maal precies in dat foeilelijke het kuiltje van mijn kin heeft genesteld.

3 september 2007

Probeer dat maar eens niét te visualiseren


Heeft u er wel eens bij stilgestaan dat je na een
bepaalde leeftijd niet alleen grijze hoofdharen krijgt,
maar ook grijs schaamhaar?



So much for my happy ending


als
ik een
boek was
zou ik mijzelf lezen en
vurig hopen dat het
goed aflopen
zou



2 september 2007

Pepermunt

Ik zat zojuist in de kerk om mijn zingende vriendinnetje te bewonderen. Van nature ben ik niet zo van de kerk (wat niets zegt over het/mijn geloof, ik scheid die dingen graag) en weet dan ook weinig van hoe het gaat en hoe het hoort.

Ik ben wel van Stef Bos en moest altijd glimlachen om de tekst van Pepermunt, een lied over hoe men vroeger tijdens de preek een rolletje pepermunt van hand tot hand liet gaan. Ik dacht dat dat een soort parodie was, een uitvergroting van de werkelijkheid.

Wij zaten op de tribune, een prachtplek om mensen te bekijken. Ze deden hun ding, zongen hun lied en ik tikte ritmisch met mijn voet de maat, totdat de dominee (of hoe zo'n meneer ook heet) opstond en op deze manier aangaf dat De Preek ging beginnen. Het bleek hét teken. Ik heb ze geteld.

Zestien rolletjes pepermunt.
En een rolletje Mentos.
Dropmentos, welteverstaan.


Ik ben nog steeds niet zo van de kerk, maar de Mentos was lekker.
Hoorde ik er toch nog een beetje bij.



Je kunt er lekker lang op zuigen
Bijt je tanden er op stuk
En als ik vroeger in de kerk zat
Was het mijn redding en geluk

Pepermunt, pepermunt
Als de preek je gaat vervelen
Als je niet meer luisteren kunt
Pepermunt, pepermunt
Het is de protestantse cocaïne
Voor de gereformeerde junk

[Stef Bos]

1 september 2007

Hoe mijn dag na R. toch nog goed werd

A: Hé! Naar de kapper geweest?
S: Ja! :-)
A: En andere kleren. Sjonge. Hip hoor.
S: Ja. Jaja.
A: Leuk, vlot, hip, nee... uhm... hoe heet dat nou..? Werelds. Ja, heel werelds. Eerst had je nog een beetje een meisjesachtige uitstraling, maar dat is er nu vanaf... nu staat daar gewoon PATSBOEM een vrouw van de wereld. Zo van 'hier ben ik'.




Misschien had R. gewoon stiekem een verliefd oogje op mij en maakte mijn ex-meisjesachtigheid een einde aan zijn toekomstmuziek. De arme jongen. Weer een illusie armer. Ik zal maandag mijn gewone spijkerbroek en mn roze puma's weer uit de kast trekken. Eens kijken of ik hem voor een prepuberale crisis kan behoeden.




De mening van R.

R: Hee juf, bent u naar de kapper geweest?
S: Ja, klopt!

stilte

S: Uhm, R.? Nu hoor jij te zeggen dat het leuk staat. Of op z'n minst anders. Of bijzonder.
R: Oh.

stilte.... veel stilte